Alexandra Vleeming en Joyce ten Doeschate. (Foto: Sleutelstad)
Tieners die waterpoloën bij ZVL-1886 krijgen voortaan een mentale training. De club heeft de methode ‘your next move’ ontwikkeld. Die moet opgroeiende kinderen leren hoe ze om kunnen gaan met zichzelf, hun teamgenoten en teleurstellingen. Dat zijn vaardigheden die ze niet alleen bij de sport, maar ook bij de rest van het leven kunnen gebruiken. “En misschien gaan ze ook beter sporten, houd ze in de gaten!”
Het idee voor de methode kwam van Iefke van Belkum, de technisch directeur waterpolo bij ZVL-1886. “Veel kinderen kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken en sport is een veilige omgeving om vaardigheden aan te leren”, vertelt Alexandra Vleeming. Zij zit bij de ontwikkelaars die door Van Belkum in een team zijn gezet voor dit project. Eén van haar mede-ontwikkelaars, Joyce ten Doeschate, vult aan: “Het boekje bevat vooral praktijkoefeningen. De kinderen hoeven niet thuis uren te studeren.”
Alexandra Vleeming en Joyce ten Doeschate vertellen bij Sport071 over ‘your next move’.
Nieuwe ervaring
Voor zowel Vleeming als Ten Doeschate was het maken van de methode een nieuwe ervaring. “Ik had Iefke al eens geholpen, toen de dames-1 hun communicatie wilden verbeteren”, vertelt Vleeming. “En ik heb een onderwijsachtergrond, dus ik weet alles van kinderen tussen tien en achttien jaar. Dat is precies de doelgroep van de methode.” Ten Doeschate raakte via een andere route betrokken. “Ik ben kinder- en jeugdtherapeut. Ik ben bekend bij de club doordat twee van mijn kinderen waterpoloën bij ZVL-1886.”
Grapjes
De vrouwen zijn trots op het resultaat. “Het is een robuust boekje geworden dat acht jaar in een sporttas kan overleven”, glundert Ten Doeschate. “Elk jaar komen de vijf C’s voorbij. Voor tienjarigen gaat het vooral over kennismaken met de begrippen, en elk nieuw jaar bouwt voort op het vorige, totdat de spelers achttien zijn.” Vleeming kan de vijf C’s direct opnoemen: “Dat zijn commitment, communication, concentration, control en confidence. Dat is Engels, dat klinkt stoer en bovendien is dat in het Nederlands niet vijf keer dezelfde letter.”
In de praktijk gaat het dan bijvoorbeeld over omgang met teleurstellingen. “Stel dat je achter staat in de wedstrijd, hoe blijf je dan positief?” noemt Ten Doeschate een vraagstuk dat aan bod komt bij ‘your next move’. “Dan ligt het natuurlijk aan de scheids”, vult Vleeming grappend aan. Positieve communicatie is dan ook belangrijk, niet alleen met grapjes, maar ook met complimenten.
Waterpolo-termen
Of de nieuwe methode de waterpolo-pubers echt gaat helpen om zich beter te voelen, gaat blijken uit wetenschappelijk onderzoek. “De Universiteit Leiden is ook bij het project betrokken”, weet Vleeming. “Zij gaan onderzoeken wat het effect is van ons boekje. Misschien gaan de kinderen er wel beter van waterpoloën, dus houd ze in de gaten!”
De ontwikkelaars hopen dat de methode vaste prik wordt bij ZVL-1886. “We gaan de trainers helpen om de stof op een goede manier aan te bieden”, vertelt Vleeming. “En we willen de ouders erbij betrekken, zodat iedereen dezelfde woorden gebruikt. Dat is makkelijk voor de kinderen.”
Ten Doeschate ziet de toekomst zonnig in: “We krijgen nu al vragen van andere sportverenigingen of zij het ook kunnen gebruiken. De methode is vrij algemeen, dus afgezien van een paar typische waterpolo-termen, moet dat geen enkel probleem zijn.” De aandacht van buiten de vereniging is meer dan verwacht, vindt Vleeming: “We zijn nu druk met vragen en mailtjes en appjes.” Ten Doeschate concludeert: “Eigenlijk begint het nu pas.”








