Fred Hermsen en Nancy Glazer in gesprek met Karlijn de Jong (Video: Sleutelstad)

Het lerarentekort in het basisonderwijs is al jaren een hardnekkig probleem. Klassen worden naar huis gestuurd en vervangers zijn nauwelijks te vinden. De druk op schoolteams neemt daardoor toe. Toch ziet onderzoeker Karlijn de Jong van de Hogeschool Leiden andere mogelijkheden.

In haar onderzoek ‘Goed onderwijs met minder leerkrachten’ onderzocht zij hoe scholen goed onderwijs kunnen blijven bieden. Het onderzoek werd uitgevoerd met zes basisscholen in de regio Haaglanden. De aanleiding kwam rechtstreeks uit de praktijk. “De vraag kwam uit Den Haag, waar één op de vijf leerkrachten ontbreekt”, zegt De Jong. Schoolbesturen zagen veel onbevoegde medewerkers voor de klas staan. Zij vroegen zich af hoe dit zo goed mogelijk georganiseerd kan worden.

Volgens De Jong is het tekort niet eenvoudig op te lossen. Er wordt al veel gedaan om nieuwe leerkrachten te werven. Toch groeit het tekort verder. “Met geld los je dat niet op. We weten hoeveel studenten aan de pabo beginnen en hoeveel afstuderen. Als je die cijfers vergelijkt, zie je dat het tekort blijft toenemen.”

Veerkracht
Vooral in grote steden is de situatie zorgwekkend. “In Almere ontbreekt 25 procent van de leerkrachten. In Den Haag is dat één op de vijf.” De tekorten zijn bovendien ongelijk verdeeld. Juist scholen met veel kwetsbare leerlingen hebben vaak de grootste problemen. In haar onderzoek keek De Jong naar scholen met nieuwe organisatievormen. Onbevoegde leerkrachten krijgen daar intensieve begeleiding van ervaren leerkrachten. Ook zetten scholen vakdocenten in voor gym, creatieve vakken en natuuronderwijs. Daardoor ontstaat ruimte voor andere taken binnen het team.

“Vaak komen deze oplossingen samen”, zegt De Jong. “Vakdocenten creëren ruimte. Senior leerkrachten krijgen daardoor tijd om collega’s te coachen en begeleiden.” Wat haar vooral opviel, was de inzet van onderwijsprofessionals. “Ik was niet verrast, maar wel blij met de liefde en passie op deze scholen.” Tegelijkertijd zag ze hoe zwaar de druk op schoolleiders kan zijn. Zij moeten vaak direct reageren op uitval van personeel. “Een schoolleider kan ’s morgens horen dat een leerkracht ziek is. Soms vertrekt iemand onverwacht naar een andere baan. Dan moeten moeilijke keuzes worden gemaakt.”

Kompas
Volgens De Jong zijn vier factoren essentieel. Scholen moeten werken vanuit een duidelijke visie. Ook een lerende organisatie is belangrijk. Daarnaast zijn samenwerking en goede afspraken nodig. Teams en besturen moeten samen optrekken. Afspraken moeten duidelijk worden vastgelegd. “Voordat je handelt, moet je eerst nadenken. Waarom zijn we hier? Wie zijn onze kinderen? Wat hebben zij nodig?” Dat moet volgens haar altijd het kompas zijn.

Opvallend genoeg kunnen leerlingen goed omgaan met meerdere docenten. Een leerling zei hierover: “Vroeger hoorde je wie je leerkracht werd. Soms dacht je dan: oh nee, wat een lang jaar. Nu heb ik drie leerkrachten om uit te kiezen.” Volgens De Jong voelen kinderen zich veilig als afspraken duidelijk zijn. Ook is het belangrijk dat alle volwassenen dezelfde werkwijze gebruiken. Daardoor ontstaat rust en voorspelbaarheid voor leerlingen.

Ouders spelen daarbij eveneens een rol. “Heb begrip voor de situatie. Leerkrachten liggen niet voor het oprapen. De mensen op school werken ongelooflijk hard. Zij kijken met veel liefde naar ieder kind.”

Advertentie


Leiden Onderwijs Wetenschap



Source link