Olivia Holtey en Nancy Glazer in gesprek met Roeland van der Rijst (Video: Sleutelstad)

Goed onderwijs vraagt om meer dan vakkennis alleen. Het vraagt om docenten die blijven leren, onderwijs dat meebeweegt met maatschappelijke veranderingen en onderzoek dat de praktijk versterkt. Voor Roeland van der Rijst, onderzoeker bij het ICLON van de Universiteit Leiden, staan die onderwerpen centraal.

Het ICLON leidt niet alleen toekomstige docenten op, maar doet ook onderzoek naar didactiek en leerprocessen. “We proberen kennis te ontwikkelen over didactiek en over wat docenten nodig hebben om voor de klas te staan”, vertelt Roeland van der Rijst. “Daarnaast onderzoeken we hoe zij het leerproces van hun leerlingen kunnen stimuleren.”

Gereedschapskist
Didactiek gaat volgens hem veel verder dan kennisoverdracht. Het omvat ook het begeleiden van leerlingen, motiveren en het geven van feedback. Daarbij speelt het zogenoemde didactisch repertoire een belangrijke rol. “Dat zijn alle zaken die gaan over het vak zelf, maar ook hoe je het vak kunt uitleggen. Daarnaast horen motivatieprocessen, leerprocessen, feedback geven en het stimuleren van leren daarbij. Dat zijn allemaal gereedschappen die een docent kan inzetten.”

Voor Van der Rijst begint goed onderzoek in de praktijk. Het liefst werkt hij samen met scholen aan vraagstukken die daar spelen. “Een ideaal project voor mij is wanneer we samen kijken waar verbetering mogelijk is. Dan help je echt de praktijk, terwijl je tegelijkertijd nieuwe wetenschappelijke kennis ontwikkelt.”

In de afgelopen twintig jaar zag hij het onderwijs sterk veranderen. Vooral digitalisering heeft een grote invloed gehad. “Dat is de grootste verandering die ik de afgelopen twintig jaar heb gezien. Bijna alles heeft tegenwoordig een technisch component. Voor docenten betekent dat dat er steeds nieuwe hulpmiddelen bijkomen die onderdeel worden van hun gereedschapskist.”

Maatwerk
Een onderzoek dat hem bijzonder is bijgebleven, ging over het ontwikkelen van een leerlijn voor onderzoekend leren op vijf scholen. Leerlingen moeten uiteindelijk een profielwerkstuk maken en daarvoor onderzoeksvaardigheden ontwikkelen. Opvallend was dat elke school andere keuzes maakte. “De scholen waren verschillend, de context was anders en ook de bestaande structuren verschilden. Daardoor zag je dat onderwijsvernieuwing overal plaatsvond, maar telkens op een andere manier.”

Het meten van onderwijseffecten blijft volgens hem een uitdaging. Tevredenheid alleen zegt niet genoeg. “Uiteindelijk willen we weten of leerlingen echt iets geleerd hebben en of ze een stap verder zijn gekomen.” Daarom kijkt hij graag naar toetsen, profielwerkstukken en andere leerproducten. “Die laten vaak heel goed zien wat een leerling heeft begrepen en wat nog niet.” Onderzoeksresultaten toepassen in de praktijk vraagt maatwerk. “De resultaten van onderzoek proberen we zo algemeen mogelijk te maken. Maar in de klas is iedere situatie uniek en iedere leerling anders.”

Weerstand tegen onderzoek verdwijnt volgens hem vaak wanneer onderzoekers en docenten samen optrekken. “Wanneer je samen onderzoekt wat er in een klas gebeurt en voor welke leerlingen iets wel of niet werkt, dan verdwijnt die weerstand meestal snel.”

Intermenselijk
Voor de toekomst ziet Van der Rijst kunstmatige intelligentie als een belangrijk thema. “Generatieve AI gaat bepalend zijn voor hoe we denken over onderwijs en leerprocessen.” Toch blijft volgens hem de menselijke factor essentieel. “Wat nog veel belangrijker blijft, is het intermenselijke contact met leerlingen, het begrijpen van je vakgebied en weten hoe je dat moet uitleggen.” De toekomst van onderwijs wordt volgens hem niet alleen bepaald door slimme technologie, maar vooral door de mensen die leerlingen inspireren, begeleiden en laten groeien.

Advertentie


Leiden Onderwijs Wetenschap



Source link